Column: Vragen uit de stilte

Jaap Voigt (76) wendt zich in zijn leven steeds meer tot stilte; iedere dag een kortere of langere tijd tot rust komen en stil worden. Dan legt hij zijn “dagelijks brood”, de opgedane ervaringen in het doorgaande dagelijkse leven, op “het altaar van de stilte”. In de ruimte lost de vermeende urgentie meestal op, maar uit de bron van stilte komen wel diepe vragen op; vragen over de essentie van het mens-zijn hier op aarde die om een persoonlijk antwoord vragen.

Jaap is een leraar. Maar, zegt hij, als je over de kern van het leven praat dan vallen alle verschillen weg, jong – oud, man – vrouw en ook die van leraar - leerling. In een wezenlijke gezamenlijkheid worden de essentiële vragen over het leven bezien. Dan blijkt uit diezelfde stilte een antwoord te komen.

In de huidige tijd lijkt het er op dat iedere vraag onmiddellijk beantwoord dient te worden, is er altijd haast en is er eigenlijk nergens meer tijd voor. En te midden daarvan is het toch echt van levensbelang om te leren in stilte bij dingen stil te staan. Het onderzoek naar de fundamentele antwoorden is een proces dat alleen stap voor stap gaat, met vallen en opstaan en vereist veel herhaling. Het gaat over doorgaan met oefenen, met “een stroom op gang brengen” door met iets bezig te zijn wat je fijn vindt en door niet resultaatgericht bezig te zijn. Alleen zo wordt in de loop van de tijd levenservaring en wijsheid opgebouwd. Jaap zal in deze column vragen stellen waar heden ten dage geen tijd meer voor genomen wordt. Dat leidt altijd tot een vorm van zelfonderzoek.

In deze eerste column worden vragen gesteld aan de hand van een gedicht van de Nederlandse dichteres M. Vasalis (1909 -1998):

Liefdesverdriet

uit “de Oude Kustlijn” van M. Vasalis

Vanavond, met de verschraalde adem der ervaring

gebogen over het vers, ontroostbaar kind

dat zweet en zoute tranen huilt en onbeproefde handen wringt

wetend wat het nu weet: het oude wiegelied

is ontoereikend voor dit fel en nieuw verdriet.

Dit is het uur, het afscheid van de kindertijd

caesuur die troost-ontroostbaar voor altijd scheidt.

Ja eigen wegen, omziend, struiklend zullen zij gaan

de kindren, en de ouders, leunend aan

het oud, vertrouwd, volstrekt denkbeeldig hek

met nutteloze handen als verbruikt bestek

hebben de keus tussen een afgedwongen onverschilligheid

en een op niets dan hoop en liefde gefundeerd vertrouwen:

Dat het ze goed zal gaan. Tenminste uit te houden.

Vragen over troost - ontroostbaarheid

Zijn er dingen in mijn leven waar ik ontroostbaar over bent?

Bestaat er eigenlijk wel zoiets als troost, of is dat alleen iets voor kinderen?

Als de buitenwereld geen troost biedt, hoe kan ik mezelf dan troosten?

Welke omgevingen zijn voor mij troostrijk?

 

Vragen over liefdesverdriet

Waar en aan wie /aan wat heb ik in mijn leven liefde gegeven die niet beantwoord is?

(aan personen, groepen, ideeën, sport of andere hobby’s)

Hoe ben ik daar toen mee om gegaan en doe ik dat nog steeds zo?

Welk verdriet /lijden van een ander is voor mij eigenlijk niet uit te houden / niet om aan te zien?

 

Vragen over onbeantwoorde liefde

Als er sprake is van onbeantwoorde liefde: Welke verwachtingen, beelden en veronderstellingen had ik eigenlijk?

En wat was er nou eerder? Het object van mijn liefde of het beeld dat ik er zelf van gemaakt had?

En wanneer en onder welke omstandigheden heb ik dat beeld over de liefde gemaakt?

De enige heling voor ontroostbaarheid en onbeantwoorde liefde is zelfliefde. Wat is dat in mijn geval? En hoe kan ik dat vormgeven in mijn leven?