Inspiraties

Wie of wat inspireert Jaap Voigt, een selectie van eigen werk en van anderen.

Wilt u uw inspiraties delen? Stuur ze naar contact@jaapvoigt.nl en ze worden geplaatst in een nieuwsbericht.

Muziek: Flairck
Montage: Jaap Voigt

Door Jaap Voigt
Muziek deel I: 'Ouverture van de Parsifal van R. Wagner, deel II; 'Ohm sound' van Tibetian Monks, deel III; Apollo van Brian Eno, deel IV: 'You got me singing' van Leonard Cohen

Kristin Linklater helpt mij om Shakespeare stukken uit te kiezen die bij mij passen en die ik thuis kan oefenen en instuderen. Die voer ik uit in de volgende workshop, 

bijvoorbeeld Sonnet 73 over ouder worden

That time of year thou mayst in me behold
When yellow leaves, or none, or few, do hang
Upon those boughs which shake against the cold,
Bare ruined choirs, where late the sweet birds sang.

In me thou seest the twilight of such day
As after sunset fadeth in the west,
Which by and by black night doth take away,
Death’s second self, that seals up all in rest.

In me thou seest the glowing of such fire
That on the ashes of his youth doth lie,
As the deathbed whereon it must expire
Consumed with that which it was nourished by.
This thou perceiv’st, which makes thy love more strong,

To love that well which thou must leave ere long.


of de scene van King Lear in de storm:

Blow, winds, and crack your cheeks! rage! blow! 
You cataracts and hurricanoes, spout 
Till you have drench'd our steeples, drown'd the cocks! 

You sulph'rous and thought-executing fires, 
Vaunt-couriers to oak-cleaving thunderbolts, 
Singe my white head!


En nu, eind 2018 het pleidooi voor vergeving van Portia in de Koopman van Venetië:

The quality of mercy is not strained.
It droppeth as the gentle rain from heaven
Upon the place beneath. It is twice blest:
It blesseth him that gives and him that takes.
'Tis mightiest in the mightiest; it becomes
The thronèd monarch better than his crown.
His scepter shows the force of temporal power,
The attribute to awe and majesty
Wherein doth sit the dread and fear of kings;
But mercy is above this sceptered sway.
It is enthronèd in the hearts of kings;
It is an attribute to God Himself;
And earthly power doth then show likest God's
When mercy seasons justice. Therefore, Jew,
Though justice be thy plea, consider this:
That in the course of justice none of us
Should see salvation. We do pray for mercy,
And that same prayer doth teach us all to render
The deeds of mercy. I have spoke this much
To mitigate the justice of thy plea,
Which, if thou follow, this strict court of Venice
Must needs give sentence 'gainst the merchant
there.

Geïnspireerd door Wei Boyang (Taoïst 12de eeuw, School van de Volledige Werkelijkheid)

Door de Poort

Luisterend naar de diepe stemmen van kale bomen       
Kijkend naar de brekende golven op het strand van de eeuwigheid,
De dood ruikend, zo natuurlijk, en niet die van gevallen bladeren,
De nectar van vervulling van goed gezelschap proevend,
De niet- bestaande grenzen van de Liefde aanrakend.
De tijd vergetend, gevaar vermijdend,
heb ik mijzelf toevertrouwd aan de elementen,
heb ik mij verwonderd over de Ruimte,
het Ongeborene daarin dat nog geen vorm kent,
en hier op aarde over mijn buren, demonen.
Mijn vorm steeds veranderend, de wereld overstijgend,
steek ik de pas naar het Onnoembare over.

Bedenk daarbij wel:
Soms kunnen we kiezen welke weg wij volgen,
Soms worden keuzes voor ons gemaakt
en soms hebben we helemaal geen keus.

Keuzes

Niemand anders kan het leven voor ons leiden.
Alleen wij zelf maken keuzes
en we moeten de gevolgen van die keuzes
accepteren en aangaan.

 Neutraal, angstaanjagend neutraal soms
en alles dat ooit geleerd is,
waar de muren van opgetrokken waren,
is niet alleen heel anders dan ik dacht,
het is niet waar!
Het zijn alleen maar ruïnes die de functie hadden
het verdwalen te ondersteunen.

Ik heb een lege kerk gevonden,
waar het Ongeborene
zich onophoudelijk uitdrukt
in beweging en in tienduizend dingen.
En altijd keert het weer terug
naar Zichzelf.
Zomaar, om niet.

Het Ongeborene

Ik heb een lege kerk gevonden
waar de stem van God te horen is.
Mijn stem.

Er staan nog resten van muren,
ruïnes eigenlijk,
die dachten dat ze leefden
omdat zij de Ruimte konden beperken.

Nu is er vooral niet-iets.
Niet-beweging, niet-vorm,
niet-man, niet-vrouw,
niet-geluk, niet ongeluk,
niet-menselijke relatie.

 

 Ik lees nu de woorden weer,
verdwenen is de glans sindsdien,
het is een verdroogde versie van
van wat ik werkelijk heb gezien.
Waarom kan ik daar niet blijven?

Maar wie ik toen was ben ik nog
alleen vergat ik iets en vergat ook dat
hoe ik nu kijk dat ben ik ook,
ik wil dat wel maar meestal niet
laat me maar weer even, en bovenal….
Waarom kan ik daar niet blijven?

Gaat dan alles wat heel wordt
ook weer stuk?
En wat is waar?
Dat van toen of dat van nu,
of allebei of geen van beide?

Waarom kan ik daar niet blijven?

Waarom kan ik daar niet blijven?
 

Ik was er, waar het goed was,
waar alles klopte en ik klopte mee.
Ik was er, waar geen afstand was,
alleen maar Ruimte en ik loste op.
Ik was er, waar geen tijd was,
alleen maar eeuwigheid.
Waarom kan ik daar niet blijven?

Ik kende alle bomen en ieder blad,
en zij kenden mij.
Ik keek en de stenen kregen kleur,
de rivier een zilver lint,
de aarde kreeg een geur
en de mensen werden licht.
Woorden welden op in mij
en ik was blij, met het zicht van een kind.
Waarom kan ik daar niet blijven?