Inspiratie Archief

Wie of wat inspireert Jaap Voigt, een selectie van eigen werk en van anderen. 

Wilt u uw inspiraties delen? Stuur ze naar contact@jaapvoigt.nl en ze worden geplaatst in een nieuwsbericht.

De laatste tonen

Alleen, op het eindeloze strand
boven mij Hollandse luchten
Grote Aanwezigheid op deze rand,
het zijn nog maar enk’le zuchten
voor d’oversteek naar d’andre kant.

Het is nu wat verzacht, die pijn,
over wat er in mij was
maar niet heeft mogen zijn.

In de laatste ongehaaste tonen
is nog één keer de herhaling
van het altijd al aanwezige motief:
Vaak wist ik niet hoe,
maar ik had wezenlijk lief.

Ieder moment

Ieder moment drukt het Onnoembare wonder zichzelf uit,
gelijktijdig in al zijn lagen,
vanaf het Onsterfelijke Beginsel via nauwelijks te beschrijven subtiliteiten
tot in de hardste vorm-gedaanten die al generaties doorgegeven zijn.

En bij grote momenten
zoals geboorte en dood,
een kind krijgen, een kleinkind krijgen
de gang naar school,
het kind dat uit huis gaat,
de gang naar het verpleeghuis
bij de geïnspireerde aanvang en bij het afscheid
van iedere levensfase,
bij aanvang en het sterven van een grote liefde,
van oorlog naar vrede, van vrede naar oorlog,
(in het groot en in het klein) en
misschien ook wel iedere morgen als ik opsta
en iedere avond als ik slapen ga,

komen in één moment alle lagen van de mens,
de mensheid en alles wat daaraan vooraf ging
(en wellicht ook wat nog zal volgen) door mij heen.

En ik kan er niets aan doen,
behalve doorleven wat in mijn vermogen ligt.
Zonder de orde te begrijpen,
zonder er een verhaal van te maken,
zonder er zelf ook nog iets bij te bedenken,
of zelfs bij te voelen.
Het overkomt me helemaal
en ik doe helemaal mee.
Ik ben dan niemand meer.

Het zijn de momenten waarin iets gebeurt,
het onnoembaar donker wordt,
licht, een ander licht, verschijnt,
of omgekeerd of tegelijkertijd,
waarin iets achter gelaten wordt,
door wordt gegeven, omdat een ander het overneemt.
Geestesgesteldheden gaan nooit verloren,
ze hechten zich alleen niet meer aan mij.

Barbie (Neil Gaiman's "The Sandman: A Game of You)

“Het is alsof iedereen…… tja,…. dat iedereen een geheime wereld in zich draagt. Ik bedoel dan werkelijk iedereen. Alle mensen in de hele wereld. Het geeft niet hoe dom of vervelend ze er van buiten uitzien. Van binnen hebben ze allemaal een onvoorstelbare, luisterrijke, prachtige, stomme, verbijsterende wereld … en niet één wereld, nee…  honderden, misschien wel duizenden. Is dat niet een gekke gedachte?

 

Vijf en zeventig jaar (inspiratie van Vasalis: De Oude Kustlijn)

Ik was weer even drie en vier
en heel aanwezig hier
kloppend, één met alles wat er klopt
waardoor de hemel even open plopt.
en
als een zich steeds herhalend hemels gericht
weer getroffen door de bliksemschicht,
als Jezus – die door zijn vader was verlaten, god,-
aan het kruis die zo bescheiden klaagde toen hij hing
deze eenzaamheid kende, deze verbijstering.

Ik ben omkleed met ongeruste stilte
echo’s van de blikken van meewarigheid.
en die raak ik nooit meer kwijt.

Zo veel dat is doorleefd,
zo veel dat is verworven en gestorven,
rust nu in zichzelf en is klaar om uit te drukken,
desnoods stotterend en op krukken,
botst nu tegen hoge binnenmuren aan
waarop in het laatste avondlicht,
schaduwen van mijn vermeende onvermogen staan.
Zicht wordt zachter zicht.

Is het al te laat, al gedaan,
wat kan er nu nog verder gaan?

Solide en betrouwbaar als een laag schuim

Ik heb mijn hele leven al diepe inzichten en indrukwekkende visies…
als die waar zijn, mijn inzichten en visies,
en het leek er toen op dat zij zinnig waren…….., dan…….dan….
dan heeft niets anders enige betekenis.
Als mijn inzichten waar waren dan is alles dat we weten,
alles dat we denken te weten,
een mis-verstand, een leugen.

Dat betekent dat de wereld ongeveer zo solide en betrouwbaar is als een laag schuim bovenop een bron met zwart water dat voor altijd naar binnen stroomt, en daar, in de diepte zijn er dingen waar ik niet eens over na wil denken. Wij hebben geen benul van wat er werkelijk naar beneden valt en waar het terecht komt.

We houden onszelf voor de gek door te denken dat we controle hebben over onze levens, terwijl zaken (met de dikte van een vloeipapiertje) die ons krankzinnig zouden maken als we er over na zouden denken, met ons spelen en ons voort bewegen van situatie naar situatie en ons ’s nachts weg leggen als ze moe zijn of verveeld zijn geraakt van ons.

 

Verlies

Verlies, verlies.
Verlies is onze redding,
de gids die aangeeft waar we gaan.
En verlies heeft een uitstralende werking.
Al het andere is masker.

Verlies verenigt ons met iets anders dan “ons”
en verlies bevestigt het beeld van de oneindige zee
die tot onze dromen leidt.

Verlies heeft de tijd, kan altijd wachten.

 

De Wijzen

Sinds mensenheugenis lopen er Wijzen rond.
Ook nu nog, gewoon op straat.
Anders zou de wereld er niet meer zijn.
Zij zijn te herkennen aan de onopvallendheid
van hun kleurrijk wit gewaad dat hen moeiteloos omgeeft,
op weg via zijstraten die niemand neemt
en aan de frisse helderheid van doorleefd verdriet.

Sinds mensenheugenis zijn zij
subtiel, mysterieus, duister, doordringend.
Zo ondoorgrondelijk dat zij niet gekend kunnen worden.
Wat overblijft is een poging hun manier van doen te omschrijven.

Voorzichtig, als bij het oversteken van een rivier in de winter.
Waakzaam, alsof zij aan vier kanten van buren te vrezen hadden.
Gereserveerd, als een gast.
Oplossend, als smeltend ijs.
Onbedorven, als onbewerkt hout.
Uitgestrekt, als een dal.
Ongedifferentieerd, als modderig water.

Alleen zij kunnen modderig water door rust geleidelijk aan helder maken.
Alleen zij kunnen uit rust geleidelijk aan nieuw leven brengen.
Omdat zij zelf niet overvol raken,
worden hun oude lichamen steeds vernieuwd.

Ontmoetingen vinden meestal plaats in de regen,
in de nacht, in een nauwe steeg.

 

Alles komt voort uit stilte
en keert daar weer naar toe terug.
Ook ik.
Veel woorden helpen niet,
het is maar beter om stil te blijven.

Stilte

Eerst hoorde ik de stilte,
als bij toeval,
in de bergen of uitkijkend over zee,
of als het ene was afgelopen
en, als bij toeval,
het andere nog niet begonnen was.

 

Nu hoor ik de stilte,
niet meer als bij toeval, maar
tussen iedere alinea,
tussen alle woorden,
tussen de mensen
overal tussen in.
De stilte hoort nergens bij.

Het canvas

Het canvas is eerst,
daarop verschijnt het tafereel
dat zijn eigen leven gaat leiden
en het doek vergeet.
Alle elementen van het tafereel
scheiden zich van elkaar af

De dood van een Daoïstische Meester
Er was eens een Daoïstische meester die zijn levenseinde voelde naderen. Hij schilderde de prachtige vallei waarin hij zijn hele leven gewoond had op de muur van zijn kamer. De rivier, de bomen, het vee, de weidegronden, de kleine huisjes, de grotten in de bergwanden en de boeren die met zonsondergang naar huis liepen.
Hij nodigde alle mensen van de vallei uit; dat waren er niet zo veel maar zij kenden elkaar goed. Zij hadden immers hun leven met elkaar door gebracht. Na de thee en de koekjes ging de Meester voor het schilderij staan met een stokje in zijn hand. Hij wees daarmee naar de verschillende elementen die in de vallei te zien waren en vertelde het verhaal van de tijd die zij samen beleefd hadden.
Op een goed moment zagen de mensen de Meester kleiner worden, steeds kleiner, en hij ging door zijn eigen hand het stokje in en kwam er aan het andere eind weer uit, als onderdeel van het schilderij. Het werd een kleine bewegende figuur die op het doek liep en iedereen in de kamer kon hem zien. Hij nam de tijd, stond een aantal keren stil en zwaaide naar de mensen in de kamer en die zwaaiden terug. Ten slotte verdween hij in een grot die op het schilderij stond, het canvas in.
Niemand heeft hem ooit weer gezien en iedereen in de vallei wist dat hij er altijd zou zijn. Hij was Onsterfelijkheid geworden.

These songs are what makes me get up
in the darkness, in the midst of pain,
longing to be alive today.
Summer, winter, rain or mist.

Perhaps,
his spirit will move into the cherry tree,
and in spring the new blossoms will be his,
next summer the cherries will taste of true poetry and songs....
and when I taste them
I will feel young again.

The spirit of Orpheus
July 2015 Greece

A little temple on a cliff,
that’s nothing special.
The islands are littered with them.
Old shrines to Gods long dead

At sunrise I listen to the songs of Orpheus
in a long forgotten tongue
as he sang to Hades and Persephone
to bring back Euridice to life.
Now, only a severed head, he sings to himself,
his voice no more than a whisper.

The night fades away into a new day,
The pain in my nerves is embraced,
the ache in my joints eases,
the cold leaves my fingertips.

Levende Yin en Yang

Gedicht van Adyashanti

Als je liever rook dan vuur hebt
sta op dan en ga.
Want ik ben niet van plan je mind
af te stompen met beroete kennis.

Nee, ik heb iets anders in gedachten.
Ik heb vandaag een vlam in mijn linker-
en een zwaard in mijn rechterhand.

De schade wordt vandaag eens niet beperkt.
Want God is in een bui
om je rijkdom te plunderen en
je naakt in zo’n ademstokkende armoede te smijtendat wat er van je over is,
niet meer is dan een schim.

Blijf niet rondhangen om deze vlam
stikkend in je gepieker.
Dit is geen kampvuurliedje
om je sussend in slaap te wiegen.

Duik nu in de ruimte
tussen je gedachten
en verlaat deze droom
voor ik de hele bende af laat fikken.