Inspiraties

Wie of wat inspireert Jaap Voigt, een selectie van eigen werk en van anderen.

Wilt u uw inspiraties delen? Stuur ze naar contact@jaapvoigt.nl en ze worden geplaatst in een nieuwsbericht.

Door Jaap Voigt
Muziek deel I: 'Ouverture van de Parsifal van R. Wagner, deel II; 'Ohm sound' van Tibetian Monks, deel III; Apollo van Brian Eno, deel IV: 'You got me singing' van Leonard Cohen

De laatste tonen

Alleen, op het eindeloze strand
boven mij Hollandse luchten
Grote Aanwezigheid op deze rand,
het zijn nog maar enk’le zuchten
voor d’oversteek naar d’andre kant.

Het is nu wat verzacht, die pijn,
over wat er in mij was
maar niet heeft mogen zijn.

In de laatste ongehaaste tonen
is nog één keer de herhaling
van het altijd al aanwezige motief:
Vaak wist ik niet hoe,
maar ik had wezenlijk lief.

 

Geïnspireerd door Wei Boyang (Taoïst 12de eeuw, School van de Volledige Werkelijkheid)

Door de Poort

Luisterend naar de diepe stemmen van kale bomen       
Kijkend naar de brekende golven op het strand van de eeuwigheid,
De dood ruikend, zo natuurlijk, en niet die van gevallen bladeren,
De nectar van vervulling van goed gezelschap proevend,
De niet- bestaande grenzen van de Liefde aanrakend.
De tijd vergetend, gevaar vermijdend,
heb ik mijzelf toevertrouwd aan de elementen,
heb ik mij verwonderd over de Ruimte,
het Ongeborene daarin dat nog geen vorm kent,
en hier op aarde over mijn buren, demonen.
Mijn vorm steeds veranderend, de wereld overstijgend,
steek ik de pas naar het Onnoembare over.

 

Ieder moment

Ieder moment drukt het Onnoembare wonder zichzelf uit,
gelijktijdig in al zijn lagen,
vanaf het Onsterfelijke Beginsel via nauwelijks te beschrijven subtiliteiten
tot in de hardste vorm-gedaanten die al generaties doorgegeven zijn.

En bij grote momenten
zoals geboorte en dood,
een kind krijgen, een kleinkind krijgen
de gang naar school,
het kind dat uit huis gaat,
de gang naar het verpleeghuis
bij de geïnspireerde aanvang en bij het afscheid
van iedere levensfase,
bij aanvang en het sterven van een grote liefde,
van oorlog naar vrede, van vrede naar oorlog,
(in het groot en in het klein) en
misschien ook wel iedere morgen als ik opsta
en iedere avond als ik slapen ga,

komen in één moment alle lagen van de mens,
de mensheid en alles wat daaraan vooraf ging
(en wellicht ook wat nog zal volgen) door mij heen.

En ik kan er niets aan doen,
behalve doorleven wat in mijn vermogen ligt.
Zonder de orde te begrijpen,
zonder er een verhaal van te maken,
zonder er zelf ook nog iets bij te bedenken,
of zelfs bij te voelen.
Het overkomt me helemaal
en ik doe helemaal mee.
Ik ben dan niemand meer.

Het zijn de momenten waarin iets gebeurt,
het onnoembaar donker wordt,
licht, een ander licht, verschijnt,
of omgekeerd of tegelijkertijd,
waarin iets achter gelaten wordt,
door wordt gegeven, omdat een ander het overneemt.
Geestesgesteldheden gaan nooit verloren,
ze hechten zich alleen niet meer aan mij.

 

Barbie (Neil Gaiman's "The Sandman: A Game of You)

“Het is alsof iedereen…… tja,…. dat iedereen een geheime wereld in zich draagt. Ik bedoel dan werkelijk iedereen. Alle mensen in de hele wereld. Het geeft niet hoe dom of vervelend ze er van buiten uitzien. Van binnen hebben ze allemaal een onvoorstelbare, luisterrijke, prachtige, stomme, verbijsterende wereld … en niet één wereld, nee…  honderden, misschien wel duizenden. Is dat niet een gekke gedachte?

 

Vijf en zeventig jaar (inspiratie van Vasalis: De Oude Kustlijn)

Ik was weer even drie en vier
en heel aanwezig hier
kloppend, één met alles wat er klopt
waardoor de hemel even open plopt.
en
als een zich steeds herhalend hemels gericht
weer getroffen door de bliksemschicht,
als Jezus – die door zijn vader was verlaten, god,-
aan het kruis die zo bescheiden klaagde toen hij hing
deze eenzaamheid kende, deze verbijstering.

Ik ben omkleed met ongeruste stilte
echo’s van de blikken van meewarigheid.
en die raak ik nooit meer kwijt.

Zo veel dat is doorleefd,
zo veel dat is verworven en gestorven,
rust nu in zichzelf en is klaar om uit te drukken,
desnoods stotterend en op krukken,
botst nu tegen hoge binnenmuren aan
waarop in het laatste avondlicht,
schaduwen van mijn vermeende onvermogen staan.
Zicht wordt zachter zicht.

Is het al te laat, al gedaan,
wat kan er nu nog verder gaan?

 

Keuzes

Niemand anders kan het leven voor ons leiden.
Alleen wij zelf maken keuzes
en we moeten de gevolgen van die keuzes
accepteren en aangaan.

Bedenk daarbij wel:
Soms kunnen we kiezen welke weg wij volgen,
Soms worden keuzes voor ons gemaakt
en soms hebben we helemaal geen keus.

 

Solide en betrouwbaar als een laag schuim

Ik heb mijn hele leven al diepe inzichten en indrukwekkende visies…
als die waar zijn, mijn inzichten en visies,
en het leek er toen op dat zij zinnig waren…….., dan…….dan….
dan heeft niets anders enige betekenis.
Als mijn inzichten waar waren dan is alles dat we weten,
alles dat we denken te weten,
een mis-verstand, een leugen.

Dat betekent dat de wereld ongeveer zo solide en betrouwbaar is als een laag schuim bovenop een bron met zwart water dat voor altijd naar binnen stroomt, en daar, in de diepte zijn er dingen waar ik niet eens over na wil denken. Wij hebben geen benul van wat er werkelijk naar beneden valt en waar het terecht komt.

We houden onszelf voor de gek door te denken dat we controle hebben over onze levens, terwijl zaken (met de dikte van een vloeipapiertje) die ons krankzinnig zouden maken als we er over na zouden denken, met ons spelen en ons voort bewegen van situatie naar situatie en ons ’s nachts weg leggen als ze moe zijn of verveeld zijn geraakt van ons.

 

Verlies

Verlies, verlies.
Verlies is onze redding,
de gids die aangeeft waar we gaan.
En verlies heeft een uitstralende werking.
Al het andere is masker.

Verlies verenigt ons met iets anders dan “ons”
en verlies bevestigt het beeld van de oneindige zee
die tot onze dromen leidt.

Verlies heeft de tijd, kan altijd wachten.

 

De Wijzen

Sinds mensenheugenis lopen er Wijzen rond.
Ook nu nog, gewoon op straat.
Anders zou de wereld er niet meer zijn.
Zij zijn te herkennen aan de onopvallendheid
van hun kleurrijk wit gewaad dat hen moeiteloos omgeeft,
op weg via zijstraten die niemand neemt
en aan de frisse helderheid van doorleefd verdriet.

Sinds mensenheugenis zijn zij
subtiel, mysterieus, duister, doordringend.
Zo ondoorgrondelijk dat zij niet gekend kunnen worden.
Wat overblijft is een poging hun manier van doen te omschrijven.

Voorzichtig, als bij het oversteken van een rivier in de winter.
Waakzaam, alsof zij aan vier kanten van buren te vrezen hadden.
Gereserveerd, als een gast.
Oplossend, als smeltend ijs.
Onbedorven, als onbewerkt hout.
Uitgestrekt, als een dal.
Ongedifferentieerd, als modderig water.

Alleen zij kunnen modderig water door rust geleidelijk aan helder maken.
Alleen zij kunnen uit rust geleidelijk aan nieuw leven brengen.
Omdat zij zelf niet overvol raken,
worden hun oude lichamen steeds vernieuwd.

Ontmoetingen vinden meestal plaats in de regen,
in de nacht, in een nauwe steeg.

 

Neutraal, angstaanjagend neutraal soms
en alles dat ooit geleerd is,
waar de muren van opgetrokken waren,
is niet alleen heel anders dan ik dacht,
het is niet waar!
Het zijn alleen maar ruïnes die de functie hadden
het verdwalen te ondersteunen.

Ik heb een lege kerk gevonden,
waar het Ongeborene
zich onophoudelijk uitdrukt
in beweging en in tienduizend dingen.
En altijd keert het weer terug
naar Zichzelf.
Zomaar, om niet.

Het Ongeborene

Ik heb een lege kerk gevonden
waar de stem van God te horen is.
Mijn stem.

Er staan nog resten van muren,
ruïnes eigenlijk,
die dachten dat ze leefden
omdat zij de Ruimte konden beperken.

Nu is er vooral niet-iets.
Niet-beweging, niet-vorm,
niet-man, niet-vrouw,
niet-geluk, niet ongeluk,
niet-menselijke relatie.

 

 

Ik lees nu de woorden weer,
verdwenen is de glans sindsdien,
het is een verdroogde versie van
van wat ik werkelijk heb gezien.
Waarom kan ik daar niet blijven?

Maar wie ik toen was ben ik nog
alleen vergat ik iets en vergat ook dat
hoe ik nu kijk dat ben ik ook,
ik wil dat wel maar meestal niet
laat me maar weer even, en bovenal….
Waarom kan ik daar niet blijven?

Gaat dan alles wat heel wordt
ook weer stuk?
En wat is waar?
Dat van toen of dat van nu,
of allebei of geen van beide?

Waarom kan ik daar niet blijven?

Waarom kan ik daar niet blijven?
 

Ik was er, waar het goed was,
waar alles klopte en ik klopte mee.
Ik was er, waar geen afstand was,
alleen maar Ruimte en ik loste op.
Ik was er, waar geen tijd was,
alleen maar eeuwigheid.
Waarom kan ik daar niet blijven?

Ik kende alle bomen en ieder blad,
en zij kenden mij.
Ik keek en de stenen kregen kleur,
de rivier een zilver lint,
de aarde kreeg een geur
en de mensen werden licht.
Woorden welden op in mij
en ik was blij, met het zicht van een kind.
Waarom kan ik daar niet blijven?