Gedichten

Jaap heeft zich in 2015 toegelegd op eigen werk. Hieronder vindt u enkele gedichten uit ‘Koude Bergen’ van Han Shang (T’ang dynastie (618 – 907 n. Chr) uit het Engels vertaald door Burton Watson met een Nederlandse vertaling en inleiding van Jaap Voigt.

Koude Bergen

Twee gedichten die waarschijnlijk afkomstig zijn van zijn vriend en metgezel Shih-te.
Zo! Han-shan heeft deze woorden opgeschreven.

 

Deze woorden die door niemand worden geloofd.
Honing is zoet, mensen houden van de smaak,
Medicijn is bitter en moeilijk te slikken.
Wat de gevoelens verzacht brengt tevredenheid,
Wat tegenover de wil staat roept woede op.
Wel, ik vraag je om naar de houten poppetjes te kijken,
Versleten door de momenten van hun spel op het toneel.

Heb je de gedichten van Han-shan in huis?
Zij zijn beter te lezen dan sutra’s!
Schrijf ze uit en plak ze op een bord
Zodat je er af en toe een blik op kunt werpen.

Inleiding

De tijd waarin Han-shan leefde

De gedichten van Han-shan zijn ten tijde van de T’ang dynastie (618 – 907 n. Chr.) tot stand gekomen. Deze periode wordt gezien als één van de hoogtepunten van de Chinese beschaving. Onder de heilzame leiding van verschillende Keizers kwam een ongekende voorspoed onder alle lagen van de bevolking tot stand.

Gedurende de Tang-dynastie was Chang’an, tegenwoordig een voorstad van Xi’an, de hoofdstad van China. Dit was destijds de grootste stad in de wereld met meer dan een miljoen inwoners. Het Tang-rijk bestond op zijn hoogtepunt uit de huidige Volksrepubliek China, zonder Taiwan en Yunnan maar met Mongolië, Zuid Kazachstan, Oezbekistan, Tadzjikistan, Turkmenistan, Kirgizië, Noord-Afghanistan, Noord-Pakistan, Bhutan, schiereiland Korea, Zuid-Oost-Siberië en Noord-Vietnam. De Chinese invloedssfeer reikte tot aan de Kaspische Zee.

Bevorderd door contact met India en het Midden-Oosten werd de periode gekenmerkt door een culturele opbloei waarin de Chinese literatuur en kunst hoogtij vierden. Door de overheid werd een systeem van concurrentie opgezet om de beste talenten aan te trekken.

De techniek van papier maken en de blokdruk zorgden ervoor dat het geschreven woord ter beschikking kwam van een groot publiek.

De opstand van An Lushan (755-763) aan het einde van de lange en aanvankelijk succesvolle regering van Xuanzong markeerde het begin van de neergang van de Tang-dynastie. Weliswaar werd de opstand neergeslagen, maar de dynastie was verzwakt. In de maatschappelijke chaos gedurende de jaren van opstand en de nasleep daarvan traden de grote dichters van de T’ang dynastie naar voren: Li Po, Tu Fu en Han-shan.

 

Han-shan

Terwijl zijn gedichten door de gehele historie alom bekend zijn gebleven is het leven van Han-shan gehuld in een mysterie. (“Han-shan” betekent “Koude Berg”) Er zijn twee tradities als het gaat om het achterhalen van wie Han-shan was: 

Han-shan en zijn metgezel Shih-te

Han-shan en zijn metgezel Shih-te

De eerste legt de nadruk op een excentrieke kluizenaar die af en toe een nabij gelegen Boeddhistisch klooster bezocht. Daar had hij een vriend, Shih-te, die in de keuken werkte en hem de resten van de klooster-maaltijden te eten gaf. Zij staan vaak samen afgebeeld als twee lachende dwazen die veel plezier maken. Een andere kluizenaar waarmee Han-shan optrekt is Feng-kan.

De tweede stroming legt de nadruk op wat er over zijn leven te zeggen valt naar aanleiding van de inhoud van de meer dan drie honderd gedichten die hij naliet. Deze inhoud betreft grotendeels zijn leven na de An Lu-shan opstand en zijn verblijf in de Koude Bergen.

In de eerste stroming wordt gezegd dat Han-shan ongeveer 600 gedichten op muren, bomen en rotsen schreef. Volgens het verhaal zijn 311 gedichten daarvan opgetekend door een overheidsfunctionaris, Lu Jiuyin (Lu Chiu-Yin), die Han-shan en zijn vriend Shih-te ontmoette. Zijn verhaal over de ontmoetingen met deze twee excentriekelingen zijn gedetailleerd en dienen van oudsher als introductie op het werk van Han-shan en een paar gedichten van Shih-te. Hij wordt gezien als de oorspronkelijke bewerker van de gedichten.

Echter, gezien de stijl van zijn inleiding en het feit dat er geen historisch bewijs is dat deze hoge overheidsfunctionaris bestaan heeft (wat uitzonderlijk is) is het zeer waarschijnlijk dat de functionaris en zijn inleiding niets meer dan een knap literair verzinsel is.

Wat gezegd kan worden is, dat de gedichten ongetwijfeld bestaan, maar dat over hun oorsprong, over Han-shan en over Lu Jiuyin, niets bekend is.

De Onnoembare oorsprong is een bekend Daoïstsch thema dat in talloze verhalen in vele vormen beschreven wordt.

Een meer feitelijke redenering op grond van de inhoud van de gedichten, de tweede invalshoek om te weten te komen wie Han-shan was, zou kunnen zijn dat Han-shan uit een gegoede boerenfamilie kwam, als lage ambtenaar werkte in de hoofdstad, getrouwd was en een zoon had. Totdat de An Lu-shan opstand uitbrak.

Han-shan’s werkgever, waarschijnlijk een departement van de overheid, had zijn diensten aangeboden aan de nieuwe regering, maar toen de hoofdstad heroverd werd door de Keizer, werd niet aan alle ambtenaren die van partij veranderd waren gratie verleend; zo ook niet Han-shan’s werkgever. De dichter moest vluchten om het leven te behouden en ontsnapte te midden van de ontstane chaos naar het Tien t’ai gebergte. Hij nam zijn familie mee en een nam nieuwe identiteit aan.

De vertaler Red Pine zegt hierover:

“In de gehele historie van de Chinese cultuur heeft geen enkele ander dichter van zo’n formaat het klaar gespeeld om een dergelijke waas van geheimzinnigheid omtrent zijn ware identiteit en zijn identiteit als Han-shan (Koude Berg) in stand te houden. Ik stel mij voor dat hier geen literaire overwegingen aan ten grondslag lagen, maar dat het een kwestie van leven of dood was.”

 

Structuur en inhoud

Han-shan maakt in zijn gedichten gebruik van een klassiek Chinees schema. Vrijwel alle gedichten bestaan uit acht regels en iedere regel heeft vijf karakters. De tekst op de even lijnen, 2-4-6-8, rijmen in het Chinees met dezelfde klank.

De gedichten hebben geen titel en alle commentatoren hebben een eigen selectie en indeling gemaakt. Ik heb als vertaler de vrijheid genomen ook een eigen volgorde en indeling aan te brengen.

Deze sterke structuur werkt niet belemmerend, integendeel; door het uitdrukken van een groot scala aan onderwerpen, gedachten en gevoelens lijkt het wel alsof de structuur ademend wordt en de inhoud een krachtiger werking krijgt. Dit is mede te danken aan de vele betekenislagen die eigen zijn aan de Chinese karakters. Daar ligt de oorzaak van de talloze verschillende vertalingen en vertolkingen van de Chinese Klassieken; zo ook met het werk van Han-shan. Het wonderbaarlijke hiervan is dat ieder zijn “eigen weg“ kan en moet zoeken en zijn eigen richtingaanwijzers plaatst, die wellicht als baken dienen voor hen die na hem of haar komt.

De eeuwigheidswaarde van een geschrift, het volkomen Onnoembare tijdloze, kan dus in iedere tijd door ieder mens opnieuw geboren worden in de tijd. Het helpt de mens onderzoekend onderweg te blijven met het absolute besef dat je al “thuis” bent en daar nooit bent weg geweest.

Op grond van mijn eigen ervaringen met de inhoud van de gedichten, die vaak gevuld zijn met Taoïstische beeldspraak van de Chinese Innerlijke Alchemie en refereren aan de twee grote klassieken van het Daoïsme, de Dao-De-Jing en Zhuang Zi, beschouw ik Han-shan als een Daoïstische kluizenaar die het stadium van Onsterfelijkheid bereikt heeft. Hiermee sluit ik mij niet aan bij de commentatoren die Han-shan zien als een monnik van het toenmalige opkomende Zen Boeddhistisme.

Deze bundel bevat de Nederlands vertaling van de selectie van Cold Mountain: 100 poems by the Tang poet Han-shanTranslated by Burton Watson. Grove Press, 1962, 118 p.

Burton Watson is ook de vertaler van Chuang Tsu en zijn Engelse vertaling van “Cold Mountain” is veruit de meest poëtische in vergelijking met andere vertalingen (andere vertalers worden aan einde van dit boek genoemd).

 

Persoonlijke noot van de vertaler

De sterkste inspiratiebron ligt vaak zo “dicht bij huis” dat er een tijd lang overheen gekeken wordt. Zo was het ook met de bundel van 100 gedichten van Han-shan die door Burton Watson vertaald zijn. Ik had een paar jaar geleden een kopie daarvan cadeau gekregen van Merel Vissé als dank voor een aantal gesprekken die wij hebben gevoerd. Het boekje lag vlak voor mijn neus op mijn bureau of nachtkastje en reisde steeds met mij mee. Ik las er soms in en vond een paar gedichten echt prachtig. Maar daar bleef het bij.

Tot juni 2015….. toen nam ik ze op en bleef er in lezen, gefascineerd door de stijl en de inhoud en er was een onwaarschijnlijk gevoel van herkenning. Ik kende die man en had het gevoel dat hij mij ook kende! De tijd waarin hij leefde en zijn gedichten schreef en de tijd waarin ik leef en werk vielen samen. De tijd houdt op te bestaan als ik de gedichten lees.

Ik voel mij aangesloten op precies dezelfde geestesgesteldheid van waaruit Han-shan de gedichten schreef.

Bij het lezen en herlezen werd het mij duidelijk dat er een helder licht vanuit een andere werkelijkheid op de wereld van alledag geworpen wordt. Er is iets ‘onnoembaars’ dat kijkt naar iets ‘benoembaars’. In andere termen: er wordt vanuit Eenheid naar de wereld van dualiteit gekeken zonder dat er een scheiding wordt aangebracht; dualiteit wordt ervaren als onderdeel van Eenheid. Ik beschouw het werk van Han-shan als een verslag van de geestesgesteldheid van een Onsterfelijke.

Vaak heb ik mij afgevraagd wat en hoe de geestesgesteldheid van een Onsterfelijke is en dat kan ik nu ervaren door de werking van de woorden van Han-shan.

De ideeën en verhalen over “Verlichting”, Eenheidsbewustzijn, het Zelf, de Natuurlijke staat, de Boeddha-natuur, of welke namen de verschillende geestelijke stromingen er ook aan geven, suggereren meestal een vorm van absoluutheid waarin de zichtbare wereld als een illusie wordt gezien. Ten diepste beaam ik dat geheel en tegelijkertijd is het ook niet waar. Immers, de zichtbare wereld als illusie zien is net zo’n concept als die wereld als de laatste en uiteindelijke werkelijkheid te zien.

Hier stopt wat mij betreft het denken, want ik weet inmiddels dat daarmee geen antwoorden worden gevonden over de verblijfplaats van Onsterfelijken. Welke woorden schetsen dit? En bestaan die woorden wel? Ja, ze bestaan, en Han-shan schreef ze op!

Hij beschrijft een breed scala aan onderwerpen en ik kon al direct na de eerste lezing een eigen indeling maken die aansloot bij mijn ervaringswereld. Dat is ook de indeling in dit boekje geworden. Han-shan beschrijft in zijn gedichten:

– Zijn achtergrond, facetten van zijn biografie
– Het Leven, zoals hij dat ervaart
– De Weg die hij gaat en wat dat betekent
– Het Mens-zijn met alle facetten van denken, voelen en handelen
– Hoe hij andere mensen ervaart
– Hoe anderen hem ervaren
– “De Koude Bergen”, waarmee hij niet alleen een plek op aarde beschrijft maar vooral een geestesgesteldheid. Die komt er op neer dat de staat van Eenheid niet van buiten “te halen” is maar in het ultieme “thuis” in de “holte van het hart” altijd aanwezig is.

Ik ben het eens met de laatste woorden van de inleiding van Burton Watson die zegt: “Persoonlijk geef ik er de voorkeur aan deze gedichten te lezen als een verslag van een geestelijke zoektocht, op momenten beloond door intense vervulling, maar in andere tijden gefrustreerd door eenzaamheid en wanhoop.”

Toch zou ik nog een slag verder willen gaan: Han-shan als Onsterfelijke ontkent op geen enkel moment het Mens-zijn, met de gedachten, de gevoelens en de onbeholpen handelingen die inherent zijn aan de geconditioneerde menselijke geest. Echter, die conditioneringen bepalen op geen enkele wijze zijn leven meer. Hij volgt uitsluitend de Levensstroom die hem doet leven, wat dat ook brengen moge. Dat inzicht geeft mij grote vreugde en vervulling. Ik ben tegelijker tijd thuis in de “holte van het hart” en als menselijke uitdrukking van dat wonder blijf ik onderzoekend onderweg.

Jaap Voigt, zomer 2015 

Over het Leven

Heb je de bloesem gezien tussen de bladeren?
Zeg me, hoe lang blijven ze?
Vandaag beven ze voor de hand die ze plukt,
Morgen staat iemands tuinhark hen te wachten.
Prachtig is het levendige hart van de jeugd,
Maar met de jaren wordt het oud.
Is de wereld net als deze bloemen?
Die verrekte zichtbare vormen, hoe kunnen ze blijven bestaan?

Het leven van de mens duurt minder dan zo’n honderd jaar,
Maar hij is opgezadeld met zo’n duizend jaar ellende.
Nauwelijks heb je je eigen ziekte genezen,
Of je zoons en kleinzoons belasten je met hun zorgen.
Buig voorover en zie hoe het graan groeit,
Kijk omhoog en bekijk je moerbei-boom.
Als de gewichten van de weegschaal op de bodem
van de zee zijn gestort,
Alleen dan zul je een paar momenten rust vinden.

De perzik bloesems zouden graag de hele zomer blijven,
Maar winden en manen haasten hen voort en zij wachten niet.
Hoewel je op zoek bent naar de mannen van de Han dynastie
Zul je niemand levend aantreffen.
Ochtend na ochtend verwelken bloemen en vallen af,
Jaar na jaar verdwijnen mensen.
Hier, waar het stof vandaag opwaait,
Was in vroeger tijden een uitgestrekte zee.

Als je stil zit en nooit spreekt,
Welke verhalen zul je dan achter laten voor jonge mensen
om door te vertellen?
Als je jezelf opsluit in het struikgewas van het bos,
Hoe kan de zon van wijsheid dan naar buiten schijnen?
Geen uitgedroogd karkas kan de hoeder van de Weg zijn,
Wind en vorst brengen ziekte en een vroege dood.
Ploeg met een os van klei in een veld van steen
En je zult de dag van de oogst nooit meemaken!